Skip to content

Ten tijde van de tweede lockdown waren de basisscholen gesloten van medio december 2020 tot 8 februari 2021. In die tijd heeft DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) een enquête gehouden over het uit beeld raken van leerlingen tijdens de schoolsluiting.[1] Hieruit bleek dat volgens ruim 40% van de leerkrachten op hun school een of meer leerlingen uit beeld waren geraakt.

Net in die tijd hebben wij een enquête onder leerkrachten verspreid over sociale uitsluiting in schoolklassen. Deze enquête sloten we af met enkele vragen over corona en buitensluiting. Vanwege de actualiteit leek het ons goed de resultaten betreffende deze vragen alvast naar buiten te brengen. In ons onderzoek hebben we expliciet naar buitensluiting gevraagd. Uit beeld raken heeft overlap met buitensluiting, maar is niet hetzelfde. Buitensluiting of sociale uitsluiting betekent dat een leerling buiten de groep geraakt, de aansluiting met de klasgenoten verliest. Uit beeld geraken betekent dat de leerlingen niet meer participeren in het onderwijs.

Tijdens de schoolsluiting

Onze enquête, uitgezet op social media platforms gericht op leerkrachten in het basisonderwijs, is door 194 leerkrachten ingevuld. Daarvan gaf de helft (51%) aan dat er volgens hen kinderen (meer) buitengesloten waren geraakt tijdens de lockdown. Gemiddeld waren er twee à drie leerlingen per klas bij wie dit speelde. Uit de toelichting die leerkrachten gaven bleek dat de volgende factoren gedurende de schoolsluiting bijdroegen aan sociale uitsluiting van sommige kinderen

  • Geen toegang tot ICT, bijvoorbeeld door geldgebrek, of ouders die dit niet konden of wilden ondersteunen. Een leerkracht omschrijft: Door thuissituatie miste dit kind veel digitale instructies en kon hij niet online samenwerken. Ook heeft hij geen whatsapp waardoor hij niet de sociale activiteiten in de klassenapp kon volgen.” Over een andere leerling: “Doordat ouders het kind niet online lieten gaan is het kind contact verloren en ook cognitief achter geraakt.”
  • Ontbreken van ouderlijke ondersteuning en toezicht bij het thuisonderwijs. “Hij zat de hele dag binnen op een kamertje op de flat met de gordijnen dicht. Weinig stimulans om met andere kinderen te zijn en geen betrokkenheid van ouders bij school en sociaal leven.”
  • Angst bij de ouders voor corona, waardoor de leerling binnen werd gehouden. Zoals een leerkracht omschrijft: “Het gaat met name om de kinderen waarvan de ouders ze angstvallig hebben thuis gehouden. Deze kinderen hebben geen oefening meer gehad in sociale situaties en hebben veel gemist.” Een andere leerkracht: “Ouders waren bang om corona te krijgen en hebben de leerling thuis (binnen) gehouden. Leerling was enig kind.” En nog een andere leerkracht: “Een leerling is 7 weken binnengehouden. Het kind mocht, vanwege de angst die ouders hadden voor corona, niet met andere kinderen spelen. Ook mocht het niet buiten spelen en kon het daar dus ook geen andere kinderen ontmoeten.”

Na de lockdown

Ook na de lockdown waren de gevolgen op het gebied van buitensluiting gedurende de schoolsluiting te merken. Met name bij leerlingen die sociaal wat zwakker waren of al een taal- of leerachterstand hadden. Leerkrachten noemen:

  • Een bestaande taalachterstand die het afstandsonderwijs bemoeilijkte, waardoor de taalachterstand toenam. “Een kind met een taalachterstand was weer achteruit gegaan in de thuisperiode en kon hierdoor nog moeilijker communiceren met klasgenootjes.” Over een andere leerling: “Een meisje uit Eritrea, heeft niet tot weinig buiten gespeeld door angst voor corona. Haar woordenschat is zo verslechterd dat ze nu geen goed contact heeft met andere kinderen.”
  • Sociaal minder sterke kinderen die het contact met medeleerlingen zelf niet in stand konden houden gedurende de schoolsluiting. De leerling heeftveel thuis gezeten en geen contact gehad met andere leerlingen. Deze leerling had altijd al een wankele sociale positie in de groep”. Nog een leerkracht: “Dit kind wordt niet gekozen om mee te spelen nu we net terug zijn op school. Het heeft niet gespeeld met andere kinderen in coronatijd. Andere kinderen zijn dit kind een beetje vergeten. We moeten weer opnieuw de band op gaan bouwen.”
  • Kinderen die altijd al wat teruggetrokken waren, waren dat na de lockdown nog meer. “Dit meisje is altijd erg teruggetrokken. Ze kiest er zelf vaak voor om zich af te zonderen, ervaart dan geen last. Nu wel. Ze heeft in coronatijd geen kinderen gezien (de ouders zijn zeer op zichzelf). Bellen met de klas of met groepjes was zeer stressvol voor haar; ze is zeer zelfbewust en angstig voor camera. Weer naar school gaan was lastig, ze was angstig om andere kinderen te zien. Nu ervaart ze wel last, het lukt haar eigenlijk helemaal niet meer om met kinderen te praten, ze oogt depressief en zondert zich af, elk contact met leeftijdsgenoot is zichtbaar spannend.” Een andere leerkracht: “Kinderen hebben het lastig. Helemaal als ze al sociaal niet handig zijn dan haal je ze door het vele thuis zitten helemaal uit hun ‘sociale ritme’. Deze kinderen vinden de drempel dan weer groot. Zijn weer meer in hun schulp getrokken. Of zijn qua gedrag weer terug bij af. Heel sneu allemaal.”

Conclusie

Kortom, naast de zorgelijke bevinding dat 40% van de leerkrachten aangeeft dat leerlingen uit beeld raken bij een schoolsluiting tijdens een lockdown, geeft in ons onderzoek onder 194 leerkrachten meer dan de helft aan dat schoolsluiting ook sociale uitsluiting van kinderen kan veroorzaken of verergeren. Het lijkt erop dat kinderen die al in kwetsbare situaties zitten het meest geraakt worden door een lockdown. Geen of gebrekkige  toegang tot ICT vanwege armoede en/of digibete ouders maakt dat het kind niet kan participeren met de klasgenoten; een sociaal zwakker kind heeft moeite met nieuwe manieren van interactie op social media; en een kind uit een andere cultuur verliest de aansluiting omdat ze de Nederlandse taal niet verder kan oefenen.

Het sluiten van scholen kan juist de kinderen die het al niet makkelijk hebben schaden. Schoolsluiting verergert uitsluiting. Het is van groot belang dat beleidsmakers dit zwaar meewegen bij het bepalen van nieuwe coronamaatregelen.


Met dank aan Esmee Schrotenboer en Loretta van den Bergh voor de dataverzameling.

[1] Leerkrachten basisonderwijs over de tweede lockdown – januari 2021 – DUO Onderwijsonderzoek & Advies

Back To Top