Het in 2014 ingevoerde Passend Onderwijs zou alle kinderen een passende plek in het onderwijs bieden, bij voorkeur op een reguliere school. De ondersteuningsbehoefte van het kind zou voortaan centraal staan en een DSM-diagnose was niet meer nodig voor het verkrijgen van extra ondersteuning. De verwachting was dat classificaties als ADHD of autisme hierdoor minder voor zouden komen. In hoeverre zijn deze verwachtingen uitgekomen?

 

Toename gedragsproblemen

Precieze cijfers over aantallen diagnostische classificaties bij kinderen zijn niet voorhanden, maar uit de recent gepubliceerde Evaluatie Passend Onderwijs (Ledoux & Waslander, 2020) blijkt wel dat, na een aanvankelijke daling, het aantal leerlingen dat naar het speciaal onderwijs gaat weer toeneemt. Daarnaast rapporteren leerkrachten een toename van gedragsproblemen in hun klas. Dit zou volgens de auteurs van het rapport Passend Onderwijs komen doordat leerkrachten beter en dus meer signaleren dan voorheen. De vraag rijst of meer per definitie het gevolg van beter is.

 

Eisen

Bij veel kinderen gaat het opgroeien niet zonder hobbels. De school is een plek waar problemen vaak het eerst ontstaan of zichtbaar worden, omdat we in die context veel van kinderen vragen. Ze moeten stil zitten, stil zijn, taakgericht werken, samenwerken, etcetera. Voor sommige kinderen is dat teveel gevraagd, en die kinderen vertonen soms probleemgedrag. En voor sommige leerkrachten is het teveel gevraagd om daar steeds maar weer adequaat op te reageren. Daar zijn ze op de PABO ook nauwelijks voor opgeleid. Bovendien is de werkdruk in het onderwijs zeer hoog vanwege te grote klassen en zware eisen van de inspectie. Tel daar een aantal mondige ouders bij op wier verwachtingen van school en leerkrachten nog omhoog zijn geschoten door de veelbelovende term Passend Onderwijs, en je kunt je voorstellen hoe het water leerkrachten bij tijd en wijle aan de lippen kan staan.

 

Geen verklaring

Bert Wienen (2019) liet middels diepte-interviews met leerkrachten zien dat een psychiatrische diagnose als ADHD in dergelijke gevallen uitkomst kan bieden, omdat men denkt dat zo’n label het lastige gedrag verklaart. Niemand heeft dan schuld aan de problemen die er zijn, en dit maakt dat de communicatie en samenwerking met ouders vaak verbetert nadat het kind geclassificeerd is. Echter, de aanname dat een naam als ADHD ongeconcentreerd en hyperactief gedrag verklaart, is net zo onwaar als de stelling dat de afkorting KL (Korte Lengte) verklaart dat mensen relatief klein van stuk zijn (Dehue, 2011) of de bewering dat de term vrijgezel verklaart dat iemand geen partner heeft (Nieweg, 2005). ADHD beschrijft het gedrag, maar zegt helemaal niets over de oorzaken. Hetzelfde geldt voor autisme: we kunnen eenzelvig en stereotiep gedrag autistisch noemen, en dat doen we ook in toenemende mate, maar dan weten we nog niet waar het vandaan komt.

 

Foute voorlichting

Dat velen de namen van stoorniscategorieen verwarren met de verklaring ervoor, komt deels door de even misleidende als wijdverbreide voorlichting over ADHD en autisme als erfelijke hersendefecten die het problematische gedrag veroorzaken. Dit eenzijdige en achterhaalde beeld zien we in studieboeken, in kinderboeken, op websites, in kranten en in wetenschappelijke artikelen (Batstra, 2017). De erfelijkheid van ADHD en autisme wordt overschat door alleen de hoge percentages uit tweelingstudies te noemen, en de lage cijfers uit de veel nauwkeurigere moleculaire genstudies weg te laten (e.g. Meerman, 2017a). Stellige beweringen als ‘ADHD is op vijf plekken in de hersenen zichtbaar’ (Radboud, 2017), zijn het resultaat van onterechte generalisaties van bevindingen op groepsniveau naar individuele kinderen (Batstra, 2017). Laat duidelijk zijn: in de hersenen van individuele kinderen met classificaties als ADHD, autisme, dyslexie, angst, etcetera is helemaal niets te zien. Anders zouden hersenscans immers wel onderdeel zijn van een psychiatrisch diagnostisch proces en dat zijn ze niet. De classificaties worden gesteld op basis van (rapportages over) observeerbaar gedrag.

 

De industrie

Waarom is er zoveel voorlichting die ADHD en autisme eenzijdig weergeeft als hersendefecten? In geval van ADHD speelt de farmaceutische industrie een rol, want voor ADHD is een pil, namelijk Ritalin (methylfenidaat). Dit medicijn is op korte termijn effectief, want het onderdrukt hyperactiviteit en impulsiviteit en maakt dat kinderen zich beter lijken te focussen op hun taakjes. De farmaceutische industrie is een rijke en dus machtige partij, die op allerlei manieren de stoornis ADHD onder de aandacht brengt, bijvoorbeeld door experts zoals de eerder genoemde Russel Barkley hiervoor te betalen. Op Wikipedia staat een opsomming van de reeks bedrijven van wie Barkley grote sommen geld heeft ontvangen (https://en.wikipedia.org/wiki/Russell_Barkley). Helaas staat deze zogenoemde conflict of interest niet in zijn boek ‘Omgaan met ADHD op school’, waarin Barkley voor de farmacie gunstige maar onjuiste en achterhaalde (e.g. Schweren, 2016) claims doet als “Kinderen die ADHD-medicatie hebben gebruikt hebben een grotere kans dat hun hersenen zich op dezelfde manieren ontwikkelen als die van kinderen zonder ADHD, in vergelijking met kinderen met ADHD die geen medicatie hebben gebruikt” (p120).

 

De wetenschap

Een andere partij die een kwalijke rol speelt bij het in stand houden van hersenmythes is de wetenschap. Wetenschappers worden afgerekend op hun aantal publicaties in hoogwaardige tijdschriften. Het is bekend dat dit soort tijdschriften onderzoeken waar wel iets uitkomt (ADHD op vijf plekken in het brein te zien) eerder publiceren dan onderzoeken met zogenoemde negatieve bevindingen (hersenstudie vindt geen enkel verschil tussen mensen met en zonder ADHD) (Glasziou & Chalmers, 2017). Voor sommige ambitieuze wetenschappers is dit een perverse prikkel om hun conclusies te overdrijven dan wel te verdraaien. Kranten en andere media, die doorgaans ook op zoek zijn naar sensationele koppen die de aandacht trekken, doen daar vervolgens vaak nog een schep bovenop (Gonon et al., 2011), zodat het grote publiek, waaronder leerkrachten, berichten leest als  ‘Autisme is te zien op hersenscans’ (Rijnvis, 2010) en ‘ADHD is gewoon een hersenziekte’ (Waterval, 2017).

 

Onmacht

Dit zijn onterechte boodschappen, die leerkrachten bovendien kunnen ‘disempoweren’ (Te Meerman et al., 2017b). Immers, als een hersendefect de reden is van ongeconcentreerd, onrustig of eenzelvig gedrag, dan is dat eerder iets voor een psychiater dan voor een leerkracht om op te lossen. Zien we daarentegen onrust en eenzelvigheid als gedragingen in een context die bovendien verschillende achtergronden en oorzaken kunnen hebben, dan zijn leerkrachten – mits ze voldoende tijd en middelen krijgen(!) – een aangewezen partij om deze kinderen te ondersteunen en bij te sturen. Zij kennen immers het kind, de klas en de ouders. De overheid vraagt met Passend Onderwijs van leerkrachten om anders te handelen betreffende kinderen met afwijkend gedrag, maar investeerde niet in extra middelen of kleinere klassen en vergat bovendien in te zetten op anders denken. Leerkrachten hebben tijd, ruimte en correcte informatie nodig om het Passend Onderwijs te kunnen laten slagen.

Dit blog is gebaseerd op een artikel van Laura Batstra dat afgelopen maand verscheen in het Tijdschrift voor Intern Begeleiders.

 

Referenties

Barkley, R.A. (2020). Omgaan met ADHD op school (vertaald door Tirtsa Ehrlich). Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Batstra, L. (2017). ADHD: Macht en Misverstanden. Hilversum: Uitgeverij Lucht B.V.

Dehue (2011). Essay De medicalisering van ‘ongewenst’ gedrag. Ik maak drukte want ik ben een druktemaker. De Groene Amsterdammer, nr.44.  https://www.groene.nl/artikel/ik-maak-drukte-want-ik-ben-een-druktemaker

Glasziou, P. & Chalmers, I. (2017). Can it really be true that 50% of research is unpublished? The BMJ Opinion. June 5.  http://blogs.bmj.com/bmj/2017/06/05/paul-glasziou-and-iain-chalmers-can-it-really-be-true-that-50-of-research-is-unpublished/

Gonon F, Bezard E, Boraud T (2011) Misrepresentation of Neuroscience Data Might Give Rise to Misleading Conclusions in the Media: The Case of Attention Deficit Hyperactivity Disorder. PLoS ONE 6(1): e14618.

Ledoux, G. & Waslander, S., m.m.v. Eimers, T. Samenvatting Evaluatie Passend Onderwijs Amsterdam: Kohnstamm Instituut | Tilburg: TIAS School for Business and Society, Tilburg University | Nijmegen: KBA Nijmegen (Rapport 1046, projectnummer 20689) Dit is publicatie nr.73 in de reeks Evaluatie Passend Onderwijs.

Meerman, S. te (2019). ADHD and the power of generalization: exploring the faces of reification. [Groningen]: Rijksuniversiteit Groningen.

Meerman, te S., Batstra, L., Grietens, H. & Frances, A. (2017a). ADHD: a critical update for educational professionals. Int J Qual Stud Health Well-being;12(sup1):1298267.

Meerman, te S., Batstra, L., Hoekstra, R. & Grietens, H. (2017b). Study books on ADHD genetics: balanced or biased? Int J Qual Stud Health Well-being;12(sup1):1305590.

Nieweg, E.H. (2005). Wat wij van Jip en Janneke kunnen leren. Over reïficatie (verdinglijking) in de psychiatrie. Tijdschrift voor Psychiatrie, 47-10, 687 – 696.

Radboud Universiteit Nijmegen (2017) https://www.radboudumc.nl/nieuws/2017/adhd-op-vijf-plekken-in-de-hersenen-zichtbaar

Rijnvis (2010). Autisme te zien op hersenscan. Website nu.nl, 12 augustus https://www.nu.nl/wetenschap/2310836/autisme-zien-hersenscan-.html

Schweren, L. J. S. (2016). Stimulants and the developing brain. [Groningen]: University of Groningen.

Sluiter, M. N., Wienen, A. W., Thoutenhoofd, E.D., Doornenbal, J. M., Batstra, L. (2019). Teachers’ role and attitudes concerning ADHD medication: a qualitative analysis. Psychology in the schools, 56(8 ), 1259-1270.

Waterval, D. (2017). ADHD is gewoon een hersenziekte. Trouw, 16 februari https://www.trouw.nl/nieuws/adhd-is-gewoon-een-hersenziekte~bb143017/

Wienen, A. W., Sluiter, M. N., Thoutenhoofd, E. D, de Jonge, P., & Batstra, L. (2019). The advantages of an ADHD classification from the perspective of teachers. European Journal of Special Needs Education. DOI: 10.1080/08856257.2019.1580838