Workshop Druk & Dwars bij het SKSG

Op woensdag 14 november en woensdag 21 november biedt Stichting Kinderopvang Stad Groningen (SKSG) in samenwerking met Druk & Dwars een gratis workshop aan. De workshop is interessant voor ouders die beter willen leren omgaan met druk en dwars gedrag van kinderen tussen de 4 en 12 jaar.

Veel ouders krijgen tijdens de opvoeding te maken met druk en dwars gedrag van hun kind(eren) en kunnen daardoor veel opvoedstress ervaren. Soms kunnen kleine veranderingen in de dagelijkse bezigheden van het gezin al tot oplossingen leiden. Hierdoor kan opvoedstress afnemen en kan ook het kind zich minder druk en dwars gaan gedragen.

Laura Batstra, Associate Professor bij de faculteit Gedrags- & Maatschappijwetenschappen van de RUG, verzorgt met haar studenten een interessante workshop over dit onderwerp, waarbij je handreikingen krijgt die je kunt toepassen bij je drukke en dwarse kind.

Wat: Workshop Druk & Dwars
Wanneer: Woensdag 14 november of woensdag 21 november, van 19.30 uur – 21.30 uur
Waar: SKSG Melkweg, Poolsterlaan 2, 9742 KR Groningen

Aanmelden
Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar. Je kunt je voor de workshop aanmelden door vóór donderdag 8 november via de website van SKSG. Op vrijdag 9 november krijg je bericht of je kunt deelnemen aan de workshop.

 

0

Klassenfeestproject gaat landelijk!

Ons deelproject ‘Inclusieve Klassenfeestjes‘ is dit jaar het goede doel van het Nationaal Schoolontbijt! Dat betekent dat dit kleinschalige initiatief nu landelijk gaat. Lees er alles over op de gloednieuwe website van het project. De website is vanmorgen, bij de aftrap van het Nationaal Schoolontbijt gelanceerd. Op de website kunt u onder andere het gratis handboek downloaden, waarin allerlei ervaringen, spelletjes en tips voor het geven van een klassenfeest gebundeld staan.

Omdat iedereen erbij hoort!

 

‘Kinderen met lichte klachten krijgen te snel jeugdzorg’

Vandaag verscheen het artikel ‘Kinderen met lichte klachten krijgen te snel jeugdzorg‘ op de website van Nieuwsuur. Druk & Dwars promovendus Bert Wienen werkte mee aan dit item van nieuwsuur.

Het aantal kinderen en pubers dat professionele hulp zoekt, groeit. Maar onduidelijk is waarom steeds meer kinderen om hulp vragen. In 2015 kregen bijna 366.000 jongeren jeugdzorg. Vorig jaar waren dat er 405.000, blijkt uit cijfers van het CBS. Dit artikel gaat in op de stijgende vraag. Waardoor ontstaat deze vraag? In hoeverre legt de samenleving druk op de verwachtingen van het kind en wat zijn hiervan de gevolgen? Is het verschil tussen een zorgvraag en een opvoedvraag voldoende bekend bij leraren en crèchemedewerkers?

Lees het artikel hier.

 

Veel belangstelling voor Druk&Dwars op VNG Praktijkparade

De afgelopen weken organiseerde de VNG in samenwerking met de Werkplaatsen Sociaal Domein en ZonMw voor de eerste keer de PraktijkVoorbeeldenParade Sociaal Domein. De bedoeling van deze parade van praktijkvoorbeelden, die op 24 september, 1 en 8 oktober 2018 in respectievelijk Rotterdam, Eindhoven en Zwolle plaats had, was dat gemeenten elkaar konden inspireren met goede ideeën en voorbeelden. Druk&Dwars medewerker Laura Batstra was in Zwolle aanwezig, samen met beleidsmedewerker Hinke de Boer van de gemeente Groningen en ouderbegeleider Marjolein Keulen van stichting WIJ Hoogkerk. Hinke leidde het verhaal in, Laura vertelde over onze voorlichting, leerkrachttraining en ouderbegeleiding, en Marjolein deed een heuse oefening uit de groepsoudercursus met de aanwezigen.

We hadden 5 kwartier de tijd om het initiatief Druk&Dwars op deze manier toe te lichten, en vanwege de vele belangstellende vragen was dit eigenlijk te weinig. Veel gemeenten zijn op zoek naar manieren om het aantal ADHD-diagnoses terug te dringen en hebben hopelijk iets gehad aan het verhaal over onze aanpak. Op dit moment heeft het Druk&Dwars team helaas niet de capaciteit om naast de zes gemeenten waarin we actief zijn ook andere gemeenten volop te ‘bedienen’. Gelukkig kan wel iedereen gebruik maken van ons voorlichtingsmateriaal (zoals het digitaal college: ‘Reïficatie’ door Sanne te Meerman, het boek ADHD: MACHT EN MISVERSTANDEN door Laura Batstra waarin onze visie beargumenteerd staat en verschillende artikelen). Daarnaast kunnen professionals van buiten de aan Druk&Dwars deelnemende gemeenten nu ook onze train de trainer cursus volgen, waarbij ons protocol groepsouderbegeleiding voor ouders van drukke en dwarse kinderen wordt toegelicht en geoefend. Professionals uit de Druk&Dwars gemeente volgen deze dag gratis, van anderen vragen we een bijdrage van 125 euro (inclusief lunch en boek). De eerstvolgende intrainingsdag is op dinsdag 15 januari 2019 en er zijn nog enkele plekken vrij. Neem contact met ons op om je aan te melden.

Al met al was het mooi om te merken dat er veel enthousiasme is voor de visie en werkwijze van Druk&Dwars!

 

Postzegels kopen is een feestje!

Vandaag gaat de Kinderpostzegelactie weer van start! Deze week gaan veel schoolkinderen de deuren langs om postzegels te verkopen. Mede dankzij hun inspanningen kan Stichting Kinderpostzegels veel kwetsbare kinderen helpen. Ons project ‘Inclusieve klassenfeestjes‘ is één van de initiatieven die de Stichting ondersteunt.

Door het werken met drukke en dwarse kinderen en hun ouders, merkten wij dat sociale uitsluiting één van de moeilijkste dingen is waar een deel van deze gezinnen mee kampt. Veel pittige kinderen krijgen bijvoorbeeld nooit een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje. Niet alleen drukke kinderen dreigen op deze manier buiten de boot te vallen. Ook kinderen die verlegen of arm zijn, de Nederlandse taal (nog) niet optimaal beheersen, of op wat voor manier dan ook ‘anders’ zijn, liggen soms buiten de groep. Dit is zorgelijk, want er niet bij horen is niet leuk.

Daarom bedachten wij samen met muziekleraar Wim Venema het project ‘Inclusieve Klassenfeestjes’. Als sommige kinderen af en toe de hele klas uitnodigen voor hun verjaardag, dan zijn er geen kinderen meer die nooit een feestje hebben. Een subsidie van Stichting Kinderpostzegels maakt het ons mogelijk om klassenfeestjes te organiseren, te promoten en te evalueren. Door dit project zijn er in Nederland al flink wat klassenfeestjes georganiseerd, en zijn kwetsbare kinderen blij gemaakt omdat ze deze keer niet overgeslagen werden bij de uitnodigingen.

Naast ons project ondersteunt Stichting Kinderpostzegels veel andere initiatieven die de samenleving kindvriendelijker en een beetje mooier maken. Wij plakken daarom kinderpostzegels! U ook? Koop ze aan de deur of bestel ze anders via de webshop.

 

Digitaal college: ‘Reïficatie’

Niet zonder trots vermelden we dat Druk&Dwars medewerker Sanne te Meerman door Trudy Dehue is gevraagd om een digitaal college te verzorgen over het illustere begrip ‘Reïficatie’. Het initiatief hiervoor kwam van Edda Heijting, van de Heijting Weerts groep, die geïnspireerd raakte door een lezing van Trudy Dehue over reïficatie. De Heijting Weerts groep verzorgt o.a. online onderwijs i.s.m. SkillsTown die de opnames en montage heeft gedaan. Het college duurt ongeveer een half uur.

Even voorstellen: Jasna Mujakovic

Volgende week start Jansa Mujakovic als projectcoördinator bij Druk & Dwars. In dit bericht stelt Jasna Mujakovic zich voor.

“Mijn naam is Jasna Mujakovic en ik ben vanaf halverwege september werkzaam als junior onderzoeker Jeugd, Educatie en Samenleving bij de Hanzehogeschool. Ik zal me hier voornamelijk bezighouden met het project ‘Druk & Dwars’ en zal onder andere onderzoek doen naar de resultaten van het project en het project coördineren. Ik kijk er erg naar uit te mogen beginnen en hoop een leerzaam, maar ook gezellige tijd tegemoet te gaan.”
 
Vragen over het project? Neem dan contact op met Jasna.

 

Het biomedisch model voorbij: een reactie op een reactie op een reactie

Damiaan Denys, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, stelde afgelopen maand in Trouw dat psychische problemen medische ziekten zijn. In een reactie schreef ik dat en waarom ik dit een onjuiste en bovendien schadelijke claim vind. Een student van mijn eigen universiteit, Alex Steenbreker, ging in een volgend opiniestuk in tegen mijn standpunten. Daar mogen we als universiteit zeer trots op zijn. Kennelijk lukt het ons bij de RuG een klimaat te scheppen waarin (publiekelijke) discussie goed mogelijk is, ook tussen studenten en docenten.

Inhoudelijk was ik het deels met Alex eens, alleen mijn conclusies vallen wat anders uit. Uiteraard speelt fysiologie, ook al weten we niet precies hoe, altijd een rol bij individueel gedrag en subjectieve beleving. Dat geldt ook voor optimisme, ambitie, en allerlei andere eigenschappen die we geen stoornis noemen. Fysiologie bepaalt niet of een kenmerk een stoornis is. Dat doen mensen, of meer specifiek: een groep overwegend Amerikaanse psychiaters die om de zoveel tijd een nieuwe editie van het psychiatrisch handboek, de DSM, samenstellen. Daarbij verdwijnen er soms stoornissen uit het boek (bijv. homofilie, PDD-NOS), en komen er andere weer bij.

Het is daarom een beetje gek om psychische problemen medische ziekten noemen. Temeer daar op fysiologisch niveau in de meeste gevallen niets aantoonbaar is. Er zijn hooguit zwakke associaties op groepsniveau gevonden met bijvoorbeeld bepaalde hersenkenmerken, maar de klinische relevantie van deze resultaten is nihil. Tegenwoordig is het wetenschappelijk onderzoek afgezakt naar de darmen, maar de kans dat daar wel eenduidige oorzaken voor mentale problemen uit gaan komen is vrij klein. Juist omdat naast nature inderdaad ook nurture veel impact heeft, en beide invloeden met elkaar interacteren.

Ik ben het ook eens met Alex Steenbreker dat de medische en sociaal-maatschappelijke invalshoeken beide nodig zijn en naast elkaar kunnen bestaan. Mijn punt is alleen dat die medische invalshoek de afgelopen decennia zeer veel aandacht heeft gehad, maar helaas bar weinig opleverder. Door de dominantie van het medisch model dat oorzaken en oplossingen ín het individu zoekt, en door het framen van steeds meer menselijke moeilijkheden als psychiatrische ziekten, zijn de sociaal-maatschappelijke invloeden op psychisch leed ondergesneeuwd geraakt.

Als we bijvoorbeeld kijken naar de voorlichting over ADHD op de website van de Vereniging voor Psychiatrie, dan staat er bij oorzaken alleen dat het om een erfelijke aandoening gaat en dat er iets mis is met de hersenen van kinderen met ADHD. Op beide valt veel af te dingen, maar die kritische noten worden niet genoemd. Er staat ook niets over het sterke verband tussen armoede en ADHD of bijvoorbeeld over de imposante reeks studies waaruit blijkt dat kinderen die relatief jong zijn in de klas, een sterk verhoogde kans hebben op een diagnose en behandeling voor ADHD. Dit geldt niet alleen voor informatie op websites, mijn onderzoeksgroep heeft laten zien dat ook educatieve kinderboeken en academische studieboeken eenzijdig de biomedische visie belichten.

Steenbreker stelling “Het moeten voldoen aan normen en eisen is inherent aan samenleven” komt op mij wat hard over. Is er voor de groeiende groep mensen die het niet lukt om in de steeds nauwere normen te passen en aan de steeds hogere eisen te voldoen dan geen plek in onze samenleving? Het wel of niet passen in de norm is vaak geen kwestie van keuze en inzet maar van dom geluk of stomme pech. Ik ben er niet voor om degenen met een kwetsbare aanleg, een minder gelukkige afkomst en/of moeilijke levensomstandigheden al te snel psychiatrisch ziek te noemen en wijs te maken dat hun fysiologie het hoofdprobleem is. Juist daarom ben ik blij met de nadruk in het nieuwe hoofdlijnenakkoord GGZ op het sociale aspect van psychische klachten. Ik heb de hoop dat aandacht voor de impact van factoren als armoede, sociale ongelijkheid, werkeloosheid, slechte behuizing, en sociale uitsluiting op psychisch leed, meer op zal leveren dan het dominante biomedische model de afgelopen decennia gedaan heeft.

Niet iedereen die uit de pas loopt heeft een psychiatrische stoornis

Op trouw.nl verscheen recent een opiniestuk van Druk & Dwars medewerker Laura Batstra.

Psychiaters zien psychische stoornissen als een ziekte. In het ggz-akkoord ligt de nadruk op sociale aspecten. “Hoopvol”, vindt Laura Batstra, hoofddocent gedrags- en maatschappijwetenschappen aan de RuG. Want lang bleef de impact van factoren als armoede, sociale uitsluiting en slechte behuizing onderbelicht.

In Trouw woedt een debat over het terugdringen van de wachtlijsten in de ggz. Rien Vermeulen stelt dat psychiaters aan de poort de oplossing zijn. Aart Franken vindt dat er meer psychologen ingezet moeten worden.

Dat debat vindt zijn bron in het akkoord dat staatssecretaris Paul Blokhuis en twaalf belanghebbende partijen in de geestelijke gezonheidszorg sloten in juli. Voorzitter Damiaan Denys van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie liet weten niet blij te zijn met de voorgenomen inzet van wat hij ‘goedkopere krachten’ noemt: psychologen en ervaringsdeskundigen. Het kabinet zou het medische aspect van psychische stoornissen uit het oog verliezen door de nadruk op het sociale aspect van psychische klachten te leggen. “Maar nog altijd is een psychische stoornis een geneeskundige aandoening, een ziekte.”

Als belangrijke vertegenwoordiger van psychiaters laat hij zich neerbuigend uit over andere professionals en doet bovendien onhoudbare beweringen. Mijn vermoeden is dat de meeste psychiaters zich hier niet in kunnen vinden. In tegenstelling tot wat Denys suggereert, is er voor geen enkele psychiatrische stoornis een medische basis, een lichamelijk defect, vastgesteld. Er zijn geen bloedtesten of hersenscans die kunnen helpen bij de diagnostiek: op lichamelijk niveau valt er domweg niets te zien.

Bovendien, wat een stoornis moet heten, hangt niet af van wat een scan kan laten zien, maar van normen en beslissingen in een maatschappelijke context. De tijd- en cultuurgebondenheid van ‘stoornissen’ blijkt onder meer uit het feit dat tot 1973 homoseksualiteit als psychiatrische stoornis vermeld stond in de DSM, het wereldwijd gebruikte psychiatrische handboek.

Homokwabje
Gelukkig zijn we van die visie genezen. Zelfs al zouden we nu een homokwabje in het brein vinden dat alle homoseksuelen hebben en alle heteroseksuelen niet, dan zou homoseksualiteit niet opeens toch een stoornis zijn. En mochten we een competitiegroef in het brein ontdekken, dan betekent dat niet automatisch dat we al te ambitieuze types opeens gaan diagnosticeren als psychiatrisch ziek. Dit illustreert de onzinnigheid van Denys’ bewering dat psychische problemen medische aandoeningen zijn. Stoornissen betreffen eigenschappen die gewoon slecht matchen met de normen en eisen van onze huidige maatschappij. We vinden tegenwoordig dat mensen vrolijk, sociaal, ondernemend en taakgericht moeten zijn. Wie niet aan die normen voldoet riskeert een label depressie, autisme, angststoornis of ADHD.

Wat opvalt is dat bepaalde psychiaters steeds meer menselijke moeilijkheden als psychiatrische ziekte framen. Met iedere nieuwe editie van het psychiatrisch handboek komen er stoornissen bij. We kunnen nu al op zo’n vierhonderd manieren gestoord zijn. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat volgens deze definities een op de twee Nederlanders ooit in zijn of haar leven psychiatrisch ziek wordt.

De psychiatrie heeft altijd invloedrijke en gedreven bepleiters van haar discipline en het medische model gehad, maar in het ggz-akkoord ligt de nadruk op het sociale aspect van psychische klachten. Psychiaters van het type Denys vinden dat zorgelijk; ik vind het hoopvol. De enorme impact van factoren als armoede, sociale ongelijkheid, werkeloosheid, slechte behuizing, uitsluiting, intolerantie en prestatienormen zijn door de dominantie van het medische model en de focus op individuele pathologie lange tijd onderbelicht gebleven. De koerswijziging van staatssecretaris Blokhuis kon wel eens een mooie stap zijn richting een vriendelijkere en meer tolerante samenleving die mensen die anders zijn niet te snel ziek verklaart.

Deze bijdrage is gebaseerd op Batstra’s hoofdstuk in het in oktober uit te komen boek ‘Écht doen wat nodig is. Pleidooi voor kleinschalige effectieve jeugdhulp’ (uitgeverij Stichting Beroepseer).  

 

Ervaringsverhaal van Nick van der Leeuw

Beeld je eens in

Een jongetje van 2,5 jaar stapt de peuterdagopvang binnen. Hij weet nog helemaal niets van de wereld. Hij is nog geen meter lang, heeft weinig tot geen sociale vaardigheden en is een beetje mensenschuw. Hij heeft nog nooit zoveel kinderen bij elkaar gezien.

Zijn moeder neemt afscheid van hem, en laat hem vervolgens achter. Zijn moeder is een fantastische moeder. Voordat het jongetje naar de peuterdagopvang ging zorgde ze namelijk iedere dag heel goed voor hem. Ze deed spelletjes met hem, zorgde dat hij uitdaging had, ze zorgde ervoor dat hij zijn creativiteit kwijt kon, en ze zorgde ervoor dat hij in vrijheid dingen kon ondernemen. Hij kreeg alle aandacht van de wereld bij zijn moeder. Dat vond hij héél erg fijn. Zijn moeder begreep hem. Maar nu staat hij er alleen voor…

Tijden veranderen. Omgevingen veranderen. Maar jongetjes veranderen niet altijd gelijk mee. Wat blijkt: het jongetje heeft moeite om zich aan te passen aan de rest van de groep. Het jongetje krijgt niet meer de aandacht die hij gewend is te krijgen. Het jongetje mist uitdaging. Het jongetje mist vrijheid. Het jongetje mist het om zijn zin te krijgen. Het jongetje mist zijn oude leventje.

Dus wat doet het jongetje: hij toetst wat er mogelijk is binnen de nieuwe omgeving. Hij gaat op zoek naar aandacht, spanning, uitdaging en prikkels. Het jongetje wil zijn gemis opvullen, en doet dit geheel naar eigen inzicht. Hij kijkt hoe ver hij kan gaan bij andere kinderen. Hij kijkt hoe ver hij kan gaan bij de begeleiders van de peuterdagopvang. Hij moet toch iets?

Na een aantal maanden weten ze geen raad meer met het jongetje. Hij trekt zich namelijk weinig aan van de regels binnen de groep. Dus wat doen ze op de peuterdagopvang, ze schakelen hulp in. Een hulpverlener komt kijken…

ADHD (!), concludeert de hulpverlener, dat verklaart namelijk de gedragsproblemen! Het jongetje heeft vanaf dat moment een stempel…

Internet bestaat in 1989 niet en ADHD is nog relatief onbekend, dus veel mogelijkheden tot research hebben de ouders niet, en dus besluiten de ouders zich aan te sluiten bij de conclusie en het advies van de hulpverlener. Zij heeft er immers voor gestudeerd denken de ouders.

Het jongetje gaat naar een Medische Kinderdagverblijf, waar hij tot z’n zesde levensjaar op blijft. De gedragsproblemen blijven aanhouden. Daarna gaat hij naar een basisschool voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen (ZMOK), een school waar hele drukke kinderen op zitten. De gedragsproblemen blijven aanhouden. Het jongetje krijgt Ritalin, maar de Ritalin slaat niet aan. Op zijn 8ste gaat hij op het advies van “deskundigen” voor een jaar naar een internaat toe. Op zijn 9e woont hij weer bij zijn ouders. De gedragsproblemen blijven aanhouden. Ondanks de gedragsproblemen haalt hij hele goede cijfers op de basisschool. Zijn rapport staat vol met achtten en negens. Helaas is er niet voldoende lesmateriaal beschikbaar om hem te blijven stimuleren. Het jongetje loopt ver voor op de rest van de leerlingen, maar omdat het ontbreekt aan uitdaging, zoekt hij  zoals vanouds weer de uitdaging en aandacht op. Dat resulteert in een he-le-boel strafwerk. Maar goed, dat is het jongetje inmiddels wel gewend.

De omgeving verandert. Het jongetje gaat op advies van zijn basisschool naar een middelbare school voor kinderen met extreme gedragsproblemen, en wordt omringd door gewelddadige en criminele jongeren. Het leven op de middelbare school is niet altijd even makkelijk voor hem. Het ontbreekt aan vertrouwen. Het ontbreekt aan veiligheid. Het ontbreekt aan vrijheid. Het ontbreekt aan begrip. Hij mist nog altijd zijn oude leventje. Ondanks zijn pittige schoolperiode haalt hij toch nog zijn MAVO-diploma, als enige van de klas.

Het jongetje is 16 jaar oud en gaat voor het eerst naar een school voor kinderen zonder gedragsproblemen. Wat blijkt: daar ervaart hij voor het eerst in z’n leven rust. “Wat fijn zeg al die rustige kinderen”, denkt hij. “Ik voel me hier echt thuis”.

De jongen kapt uiteindelijk met school vanwege een gebrek aan uitdaging en gaat op z’n 18e werken voor een verzekeraar op de administratieve afdeling. Hij klimt binnen zes maanden op tot marketeer. Hij doet zijn dagelijkse werkzaamheden in minder dan twee uur tijd en spendeert vanwege een gebrek aan uitdaging zijn overige werktijd aan het lezen van Wikipedia-pagina’s en persoonlijke ontwikkeling. Na twee jaar verlaat hij de toko. Het jongetje is nu een man, en de man besluit om voor zichzelf te beginnen.

Tien jaar later heeft de man veel succes gekend. Hij heeft leuke uitdagingen gekend met het bedenken, ontwikkelen en exploiteren van online concepten, en deed dit met veel plezier binnen zijn ondernemingen. Maar aan alles komt een einde. De man leeft voor creativiteit en uitdaging, heeft een gigantische drive, en besluit dat het tijd wordt voor iets nieuws. Diep van binnen wil de man de wereld positief veranderen. En dat is wat hij vanaf dan ook gaat doen.

Mijn naam is Nick van der Leeuw. Ik was dat jongetje. Ik ben deze man.

Label kinderen niet te snel als psychiatrisch geval. Bied ze liever passend onderwijs en een passende werkomgeving aan. Haal het maximale uit hun talenten en help ze bij eventuele tekortkomingen. Stop ze niet weg, maar geef ze een podium waarop ze kunnen schitteren. Verander niet het kind of de volwassene, maar verander de omgeving. Draai het verhaal om en kijk naar de positieve kenmerken van een kind, niet de negatieve. Het zou zomaar ineens de wereld positief kunnen veranderen…